
Ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van StartGreen Capital spreken we oprichters Laura Rooseboom en Coenraad de Vries over twintig jaar impact investeren, de ontwikkeling van de markt en waar privaat kapitaal vandaag nog echt verschil kan maken.
20 jaar StartGreen Capital: innovatie én implementatie financieren
Twintig jaar geleden moest je vaak nog uitleggen wat ‘cleantech’ überhaupt betekende. Professionele fondsen gericht op duurzame technologie waren schaars en veel van het kapitaal voor impactvolle ondernemingen kwam van private investeerders en een kleine groep voorlopers.
In die wereld richtten Laura Rooseboom en Coenraad de Vries in 2006 StartGreen Capital op, als een van de eerste cleantech venture capital-investeerders van Nederland.
Twintig jaar later beheert StartGreen €738 miljoen, werken er zo’n 40 mensen en verstrekte de organisatie sinds haar oprichting financiering aan 390 verschillende ondernemingen. Eén les loopt als een rode draad door die twintig jaar: innovatie alleen is niet genoeg. Nieuwe oplossingen moeten ook daadwerkelijk worden geïmplementeerd en opgeschaald.
Ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan spraken we met Laura en Coenraad over de ontwikkeling van impact investeren, de verrassingen van de energietransitie en waar privaat kapitaal vandaag nog echt verschil kan maken.
Terug naar 2006: waarom begonnen jullie StartGreen Capital?
Coenraad: “Ik werkte destijds bij Fortis Venturing en hield me in mijn vrije tijd bezig met ondernemerschap en duurzaamheid. Investeren en ondernemers helpen vond ik interessant, maar alleen geld verdienen om het geld verdienen trok me niet. De vraag was: kunnen we kapitaal inzetten voor ondernemers die maatschappelijke problemen oplossen én financieel rendement realiseren?”
Laura: “Ik werkte bij DOEN Participaties en was al met dit soort investeringen bezig. Via Triodos kwamen we bij elkaar. DOEN Participaties, Fortis en Triodos werden de eerste investeerders in ons eerste fonds. Het uitgangspunt was vanaf het begin: met geld verschil maken én financieel rendement behalen. Dat is twintig jaar later nog steeds hetzelfde.”
Hoe zag de markt voor duurzaam en impact investeren er toen uit?
Laura: “Die was veel kleiner. Professionele fondsen waren er nauwelijks. Veel kapitaal kwam van private investeerders en angels. Frank van Beuningen was bijvoorbeeld al gestart met Pymwymic en DOEN Participaties investeerde actief.”
Coenraad: “We moesten ook regelmatig uitleggen wat cleantech betekende. Veel mensen dachten vooral aan zon en wind, terwijl wij het veel breder zagen: energie, voedsel, circulariteit, duurzaam bouwen en slimme (ict) technologie.”
StartGreen begon met venture capital en breidde later uit naar projectfinanciering. Juist die combinatie werd belangrijk: innovatie financieren én zorgen dat oplossingen daadwerkelijk worden toegepast.
Zijn de problemen van toen fundamenteel veranderd?
Coenraad: “De problemen zijn eigenlijk nog steeds dezelfde. Wat veranderd is, is dat er veel meer oplossingen zijn en dat het bewustzijn enorm is gegroeid. We hebben grote stappen gezet in duurzame elektriciteit, maar er ligt nog steeds een enorme verduurzamingsopgave.”
Laura: “Ook de context is veranderd. De energietransitie gaat nu niet alleen over klimaat. Energieonafhankelijkheid en strategische autonomie zijn door geopolitieke ontwikkelingen veel belangrijker geworden.”
Wat heeft jullie in die twintig jaar het meest verrast?
Coenraad: “De snelheid waarmee zonnepanelen en batterijen goedkoper en beter zijn geworden. Vooral batterijtechnologie ontwikkelt zich veel sneller dan we twintig jaar geleden hadden verwacht.”
Dat heeft grote gevolgen voor decentrale energiesystemen, waarin lokale opwek, opslag en gebruik steeds beter gecombineerd kunnen worden. Tegelijkertijd illustreert het een bredere les: een goede technologie ontwikkelen is één stap, maar vervolgens is veel kapitaal nodig om die technologie daadwerkelijk op te schalen en toe te passen.
Is het vandaag makkelijker om kapitaal te vinden voor impact?
Laura: “Zeker. Impact en schone technologie staan inmiddels ook bij institutionele investeerders op het netvlies. De markt heeft laten zien dat je hier ook financieel rendement kunt maken.”
Coenraad: “Maar vooral bij vroege-fase deeptech en hardware blijft een financieringsgat bestaan. Bij nieuwe energietechnologie of industriële innovatie heb je veel kapitaal en veel geduld nodig. Nederland en Europa zijn goed in het ontwikkelen van nieuwe technologie, maar bij het opschalen ontbreekt vaak vervolggeld.”
Juist daar ligt volgens StartGreen een belangrijke rol voor langetermijnkapitaal: niet alleen de vroege innovatiefase financieren, maar ook zorgen dat succesvolle technologie hier kan doorgroeien.
Wanneer maakt kapitaal daadwerkelijk verschil?
Coenraad: “Niet altijd is geld de enige bottleneck. Kijk naar energieprojecten: er kan voldoende kapitaal zijn, maar projecten lopen vervolgens vast op netcongestie, regelgeving of vergunningen.”
Daarom kijkt StartGreen naar beide kanten van de transitie. Venture capital helpt nieuwe bedrijven en technologieën groeien; projectfinanciering maakt de concrete implementatie mogelijk.
Voor private investeerders is daarmee niet alleen de vraag waarin je investeert relevant, maar ook waar in de transitie je kapitaal terechtkomt en welk probleem het daar oplost.
Waar waren jullie twintig jaar geleden te optimistisch over?
Laura: “Circulariteit bleek veel ingewikkelder om op te schalen dan we destijds dachten. Technisch kan er veel, maar logistiek en economisch zijn circulaire ketens vaak lastig.”
Coenraad: “En waterstof natuurlijk. Daar horen we eigenlijk al twintig jaar over dat het over vijf jaar echt doorbreekt. Het zal zeker een rol spelen, maar batterijen hebben zich veel sneller ontwikkeld dan verwacht.”
En welke nieuwe impactthema’s zijn er juist bijgekomen?
Laura: “Femtech is een mooi voorbeeld. Twintig jaar geleden was dat nauwelijks een thema en zelfs vijf jaar geleden stond het nog relatief weinig op de radar. Nu komt daar snel verandering in.”
“Er is steeds meer aandacht voor het feit dat medische kennis en oplossingen historisch onvoldoende rekening hebben gehouden met vrouwen. Tegelijkertijd wordt de economische impact daarvan zichtbaarder, bijvoorbeeld wanneer gezondheidsproblemen rond de overgang leiden tot uitval op het werk. De potentiële markt is enorm, maar er is historisch relatief weinig kapitaal naartoe gegaan.”
Laura richtte samen met Simone Brummelhuis vanuit StartGreen ook Borski Fund op, dat investeert in diversiteit en vrouwelijke ondernemers. Diversity & inclusivity is inmiddels, naast de energietransitie en circulariteit, een van de drie impactdomeinen waarop StartGreen zich richt.
Waar zijn jullie na twintig jaar het meest trots op?
Laura: “Dat we dit inmiddels met zo’n sterk team doen. We hebben acht partners en zo’n 40 mensen in dienst. Daarmee is StartGreen veel groter geworden dan de oprichters. Dat vind ik belangrijk, omdat je dan weet dat de missie doorloopt.”
Coenraad: “Ondernemerschap is voor mij altijd een belangrijk onderdeel geweest: iets opbouwen, kapitaal ophalen in segmenten waar een marktimperfectie ontstaat en vervolgens succesvol een financieringsinstrument ontwikkelen. Zo waren we een van de eerste in cleantech, de eerste die regionale energiefondsen ging beheren, pioniers in crowdfunding en hebben we nu een fonds dat institutionele investeerders in relatief kleine regionale energieprojecten kan laten investeren. Daarbij is het opzetten van dergelijke fondsen vooral ook een kwestie van gewoon doorgaan. In de beginjaren kregen we weleens de vraag of StartGreen over vijf jaar nog zou bestaan. Fortis was een van onze eerste investeerders en ook voor hen was het best spannend om in zo’n jonge partij te stappen. Uiteindelijk was Fortis twee jaar later zelf verdwenen, terwijl wij hier twintig jaar later nog steeds zitten. Dat laat voor mij zien hoe belangrijk het is om te blijven geloven in wat je doet en je koers vast te houden.”
Wat moet er de komende tien of twintig jaar nog veranderen?
Coenraad: “Er moet vooral meer kapitaal komen voor de fase ná de eerste innovatie. We hebben in Europa goede technologie en sterke ondernemers, maar daarna moet je blijven investeren: industrialiseren, fabrieken bouwen en opschalen. Daar gaat nog te weinig geld naartoe.”
Laura: “Aan de implementatiekant moeten ook barrières verdwijnen. Energieprojecten lopen nog te vaak vast op netcongestie, regelgeving en lange procedures.”
De volgende fase van de transitie vraagt dus niet simpelweg om méér kapitaal, maar om de juiste combinatie van kapitaal, ondernemerschap, infrastructuur en regelgeving.
Tot slot: welk advies geven jullie een private investeerder die vandaag wil bijdragen aan deze transities?
Laura: “Begin bij een thema dat je zelf belangrijk en interessant vindt.”
Coenraad: “Volg je hart, maar spreid ook niet alleen over segmenten maar ook over financieringsinstrumenten. Je kunt bijvoorbeeld een deel van je vermogen inzetten in venture capital, waarmee je innovatie aanjaagt, maar waar ook het risico hoger is en je een langere horizon nodig hebt. Als je daarnaast ook een groter gedeelte investeert in bijvoorbeeld energie-infrastructuur en projecten, kun je met minder risico een goed basisrendement onder je belegging leggen. Die mix is interessant.”
Laura: “En wees geduldig. Juist bij oplossingen die fysiek gebouwd en opgeschaald moeten worden, kan langetermijnkapitaal veel betekenen.”
Na twintig jaar is de markt voor impact investeren nauwelijks meer te vergelijken met die van 2006. StartGreen is hiervan het levende bewijs: het groeide in die periode van een van de eerste Nederlandse cleantech-investeerders naar een organisatie met €738 miljoen onder beheer. Maar misschien is de belangrijkste les uit die twintig jaar juist dat transities niet met één type kapitaal worden gefinancierd.
Venture capital kan nieuwe oplossingen mogelijk maken. Projectfinanciering kan ervoor zorgen dat die oplossingen daadwerkelijk worden toegepast en opgeschaald. En juist daar ligt ook een belangrijke rol voor private investeerders: kapitaal inzetten op de plekken waar geduld, lef en een lange horizon nodig zijn.
Want als de afgelopen twintig jaar iets laten zien, is het dat grote transities tijd kosten - maar ook hoeveel er kan veranderen wanneer investeerders bereid zijn vroeg in te stappen, koers te houden en kapitaal voor de lange termijn beschikbaar te stellen.