
In een tijd waarin de focus ligt op persoonlijk succes en snelle technologische fixes, zien we denk ik één ding over het hoofd: zonder sociale samenhang is elke oplossing gedoemd te mislukken. De verschuiving van 'ik' naar 'wij' is meer dan een boost voor onze mentale gezondheid; het is een noodzakelijke verdedigingslinie voor onze democratie, economie en de aarde.
De afgelopen weken broeit er een gedachte in mijn hoofd — een onderstroom die ik sterk voelde tijdens de PYM Impact Days in april en in de gesprekken en activiteiten die daarop volgden.
Mensen zijn niet gemaakt om geïsoleerd te leven, leren, investeren of problemen op te lossen. Hoewel veel maatschappelijke en planetaire uitdagingen technische en financiële oplossingen vereisen, hebben die oplossingen alleen betekenis als ze worden gedragen door een verbonden samenleving. Of we nu spreken over kapitaalallocatie, organisatieontwerp, technologie of cultuur, onze gezamenlijke toekomst hangt af van ons vermogen om verbinding te maken met de ander en te bewegen van een individueel “ik” naar een gedeeld “wij”.
Voor private wealth holders binnen PYM voelt dit extra relevant. Vermogen bestaat niet buiten de samenleving; het vormt haar mede. De vraag is niet langer alleen hoe kapitaal financieel presteert, maar ook of het de systemen, relaties en veerkracht versterkt die samenlevingen überhaupt laten floreren.
Tijdens de PYM Impact Days in april kleurde dit thema op subtiele wijze veel gesprekken.
In twee bevlogen speeches trokken private investor Liet van Beuningen en voormalig NAVO-communicatiestrateeg Eleonora Russell lijnen tussen het geven van delen van jezelf aan het collectief. Geven versterkt een samenleving zodanig dat het zelfs externe dreigingen kan afschrikken.
Eleonora Russell bracht in haar speech “Fighting for the ‘We’ in a World of ‘Me” een scherpe geopolitieke laag aan dit onderwerp. Volgens haar is onze veiligheid niet enkel een overheids- of militair vraagstuk, onze grootste kwetsbaarheid ligt in het idee dat we geïsoleerde individuen zijn.
Vanuit haar werk rondom afschrikking en maatschappelijke weerbaarheid benadrukte ze dat samenlevingen met een hoge mate van sociale cohesie fundamenteel moeilijker te destabiliseren zijn, waar ook ter wereld. Wanneer we investeren in het “wij”, door vermogen, tijd, netwerk of kennis bij te dragen aan gedeelde doelen, doen we niet alleen iets goeds, we bouwen aan een collectieve veerkracht die onze democratie en onze toekomst beschermt.
Zoals Liet van Beuningen schrijft in haar whitepaper over Field Investing: investeren gaat niet alleen over kapitaalinjecties, maar over het ondersteunen van het ecosysteem als geheel. Sterke sociale cohesie betekent dat we:
Verandering vraagt ook om innerlijk werk. Tijdens een workshop met Prof. Peter Senge over de Inner Development Goals (IDGs) eerder deze maand, onderzochten we hoe onze eigen patronen en aannames ons er vaak van weerhouden elkaar werkelijk te zien.
Op een bepaald moment leidde een live viooloptreden tot totaal verschillende interpretaties binnen het publiek. Het was een eenvoudige maar krachtige herinnering: onze waarheid is altijd maar een deel van het geheel.
Voor leiders én private investors is openstaan voor andere perspectieven geen “soft skill”. Het is een praktische noodzaak om met complexiteit om te gaan. In gepolariseerde omgevingen verzwakt rigiditeit systemen. Openheid versterkt ze.
Vorige week bezocht ik de première van de documentaire Samen van de Cinetree Foundation. De documentaire laat prachtig zien hoe sociale cohesie ontstaat door kleine, alledaagse vormen van deelname: lid worden van een sportclub, vrijwilligerswerk doen, samen een buurttuin onderhouden, bijeenkomen rond gedeelde interesses, of simpelweg consequent aanwezig zijn voor anderen.
Na afloop ontstond een interessant gesprek over de vraag of werk zelf zo’n club kan zijn. Of dat mensen die alleen werk hebben als samenkomstplek, juist ook verbinding daarbuiten nodig hebben.
De boodschap van de documentaire is even simpel als diepgaand: ergens bij horen doet ertoe. Deel uitmaken van een groep is essentieel, niet alleen voor onze mentale gezondheid, maar ook voor de veerkracht van de samenleving. Zulke gemeenschappen creëren informele vangnetten die de druk op systemen zoals de zorg en sociale voorzieningen verminderen, doordat ze mensen verbinding, erkenning en steun bieden.
Het herinnerde me eraan dat velen van ons uiteindelijk op zoek zijn naar een vorm van die club, een plek waar we ons gezien, nuttig en verbonden voelen met iets dat groter is dan onszelf.
Drie recente voorbeelden sprongen er voor mij uit als illustraties van hoe “samen dingen doen” de veerkracht van Europa vergroot.
Waar onze huidige politieke systemen vaak vastlopen in polarisatie, laten Burgerraden zien dat we samen wél complexe problemen kunnen oplossen. Zoals Eva Rovers beschrijft in Nu is het aan ons, draait een burgerberaad niet om winnen, maar om dialoog. Door een gelote dwarsdoorsnede van de samenleving samen te brengen, ontstaat een unieke vorm van dialoog. Mensen met totaal verschillende achtergronden luisteren werkelijk naar elkaar in plaats van tegenover elkaar te staan.
Eenzelfde patroon: verbonden systemen zijn veerkrachtiger dan geïsoleerde systemen.De rode draad door al deze ervaringen is voor mij inmiddels helder: sociale cohesie is geen bijeffect van gezonde samenlevingen, het is hun fundament.
En voor private wealth holders binnen PYM creëert dat zowel een kans als een verantwoordelijkheid.
Kapitaal kan fragmentatie en individualisme versterken, of juist bijdragen aan het versterken van het bindweefsel dat samenlevingen in staat stelt zich aan te passen, samen te werken en stand te houden. De bereidheid om voorbij business as usual te bewegen, open te blijven voor andere interpretaties, en niet alleen in markten maar ook in relaties, ecosystemen en gemeenschappen te investeren, zou uiteindelijk weleens één van de belangrijkste vormen van veerkracht kunnen zijn die we kunnen bouwen.
Want uiteindelijk ontstaat veerkracht zelden alleen. Die bouwen we samen.