
Naomi is het enige kleinkind en de derde generatie binnen haar familiebedrijf in mobiele hijskranen en logistiek vastgoed. Een aantal jaar geleden ontdekte ze impact investeren en begon sector-agnostisch. Inmiddels heeft ze een dedicated impactteam met een focus op de gebouwde omgeving.
Ik zocht eigenlijk naar mijn eigen divisie binnen het familiebedrijf, dat ook een filantropietak heeft. Ik werd toen geïntroduceerd aan impact investeren, en dat was echt een lightbulb moment. Duurzaamheid zat altijd al in ons DNA, maar we noemden het gewoon anders. Voor veel mensen zijn er meteen harde kaders, maar wij wilden juist heel open beginnen en mij kan je enthousiast krijgen voor van alles! We hebben daar veel van geleerd, onder andere ook door met fondsen samen te werken die ons echt binnen lieten kijken. Pymwymic was daarin heel open, bijvoorbeeld.
Enkele jaren geleden nam ik deel aan een PYM circle, wat een zeer waardevolle ervaring was, vooral omdat het een vrouwengroep was waarin de meeste deelnemers al actief investeerden, wat de uitwisseling extra inspirerend maakte. Dinsdag 7 juli om 20:00 zal ik meer details over mijn impact journey en investeringen delen tijdens een PYM webinar: Intro to Impact Investing
Ons bedrijf is heel niche en ik geloof wel dat je uiteindelijk in een niche moet belanden. Maar ik kan daar pas belanden als ik meer heb gezien. Dus we hebben ‘Please don't blow it away capital’, ons learning capital, geïnvesteerd in verschillende sectoren. En we zijn uiteindelijk toch teruggekomen bij onze eigen sector. Je weet niet wat je niet weet en je kunt alleen vragen stellen die je zelf kunt bedenken. Dus ik ben heel dankbaar; 'I ended up in the obvious choice' waar ik mijn netwerk en knowhow goed kan gebruiken. Maar als ik daar gelijk naartoe was gegaan, had ik zeker een paar fouten gemist. En die fouten heb ik mezelf gegund.
Het is wereldwijd de meest conservatieve sector. Maar het is ook duidelijk waarom. Een gebouw moet minimaal 50 jaar mee en een huis is voor de meeste mensen het duurste bezit dat ze hebben. Mensen willen geen risico nemen, met nieuwe materialen die niet zijn getest voor duurzaamheid. Ik denk niet dat je die mindset kunt veranderen, dus je moet investeren in bedrijven die ogenschijnlijk kleine stapjes maken, maar een grote impact hebben. We hebben bijvoorbeeld geïnvesteerd in een bedrijf dat enveloping aanbiedt aan grote verhuurders via AI-gestuurde digitale scans. (enveloping is het verduurzamen van de schil van een gebouw) Ze laten precies zien wat de kosten en de terugverdientijd zijn, zodat duurzaamheid aan het einde van de rit financieel-economisch loont. Voor de verhuurder heeft het dan niet met duurzaamheid te maken, maar met geld verdienen. Je kan verandering het beste sturen met de portemonnee.
Nieuw en verbeterd. We hebben geïnvesteerd in UBQ, die maken van afval een nieuwe grondstof die je kunt vermengen met Virgin plastic maar soms ook volledig mee kunt vervangen.
Andere investeringen waar we echt op aan gingen waren Converge: een enabler voor groen cement en Everox: een bedrijf dat betonafval upcyclet tot nieuwe grondstoffen. Cement is maar 20% van beton, maar alle CO₂ zit in dat cementelement. Nu wordt puin gemalen voor snelwegen en funderingen als ‘repack’, maar Everox creëert een veel hoogwaardiger eindproduct. En de hitte die tijdens het proces vrijkomt, wordt ook nog eens gebruikt. Cement heeft natuurlijk niet zo'n hoge knuffelfactor, totdat je begrijpt dat het verantwoordelijk is voor 8% van de wereldwijde CO2-uitstoot! Als cement een land zou zijn, zou het de derde grootste CO2-uitstoter ter wereld zijn. Dit bedrijf realiseert een reductie van 15% op cement. Dat klinkt weinig, maar als je 15 % wereldwijde reductie in cement kunt bewerkstelligen, dan staat dit gelijk aan bijna 50% in de luchtvaartindustrie.
Ik zie heel veel idealisme in impact, maar ik mis soms het realisme. Ik begrijp dat het tijd is voor actie, maar ik voel niet dat het met activisme alleen van de grond gaat komen. Ik weiger bijvoorbeeld concessies te doen op financieel rendement. Dit is niet omdat ik meer geld nodig heb, maar omdat ik wil bewijzen dat impact investeren echt werkt. Zonder goed rendement gaan vermogensbeheerders het niet voorstellen aan klanten en ga je nooit institutioneel geld krijgen. En dáár maak je echt het verschil.
Impact investing groeit snel, maar vertegenwoordigt nog altijd slechts ongeveer 1% van het wereldwijd professioneel beheerde vermogen. Juist daarom geloof ik dat we moeten laten zien dat impact en financieel rendement hand in hand kunnen gaan. Pas dan zal institutioneel kapitaal echt in beweging komen. Ik denk dat het rendement 10–15% moet zijn om dat te veranderen, want tegenover durfkapitaal moet een goed rendement staan. Ik ben daarom alleen activistisch in de zin dat ik aan de wereld wil bewijzen dat impact niet 'fringe' hoeft te zijn.
Niet bij ons. De twee potjes hebben een andere focus en we blijven filantropie doen. Dat was ook de eerste vraag die ik van de familie kreeg: als we impact doen, stoppen we dan met filantropie? Zeker niet, sterker nog, het filantropiepotje is alleen maar groter geworden. Onze filantropietak is bijna uitsluitend educatie, maar ik wilde daar geen business van maken dus ik doe dit met liefde vanuit filantropie. Het is een ode aan mijn grootvader, een holocaust-survivor, die altijd zei: ze kunnen je alles afnemen behalve twee dingen: je skills en je kennis.
1. Er is geen blauwdruk voor de juiste methode. Ik gun mensen de ervaring. Er zijn zoveel invalshoeken en er is een hele reeks van problemen die we moeten oplossen. Ga er oprecht achter komen waar jij kan toevoegen en waar je passie ligt. Dat is jouw extra element! En dan voeg je veel meer toe dan alleen kapitaal.
2. Onderschat niet hoe belangrijk het team is. We zijn altijd minderheidsaandeelhouder, dus we kunnen de teams niet veranderen. Je moet vertrouwen kunnen hebben in hen voor de komende drie tot vijf jaar.
3. Staar je niet blind op de 'why'-vraag of op wat je 'theory of change' is. Het is goed om kaders te stellen, maar het meeste leer je door stappen te zetten.